Inleiding door Chris Driessen, bestuurder van FNV, op 28 oktober 2014.
Vooruitzichten in 2015
Bezuinigingen in
de zorg komen grotendeels neer bij de ouderen. De kosten in de zorg zijn sterk
gestegen. Sinds 2002 is de zorg verbeterd. Tevens worden we steeds ouder.
Opmerking uit de zaal
De
zorgverzekeraars zijn schatrijk, maar toch gaan de premies omhoog. Er is
marktwerking in de zorg.
Driessen
Reserves zijn
noodzakelijk, maar ook de kosten zijn de laatste twee jaar sterk gestegen.
Misschien is het mogelijk de premies te dempen. Ik ga daar echter niet over.
Nodig daarvoor van de Velde uit.
De
woningcorporaties zijn aangeslagen voor 1,8 miljard, maar kunnen daarvoor de
huren verhogen, met name voor de hogere inkomens. Met name in de Randstad zijn
de huren erg laag. Ondanks verzet van de vakbond en de woonbond zijn
corporaties vrij de huren te verhogen tot een bepaald maximum. Een categorie
mensen heeft een hogere hypotheek dan de waarde van hun huis, omdat deze waarde
sterk is gedaald behalve in Utrecht, Amsterdam, Den Bosch en Eindhoven.
Nieuwe pensioenwet
In 2010 is er een
nominale uitkeringsovereenkomst gesloten, maar dat tastte de indexatie niet
aan. Het draait om het rendement, want het geld komt voor 25% uit de premies en
voor 75% uit de beleggingen. De dip in 2008 was in 2010 al weer grotendeels
ingelopen.
In de nieuwe wet
zijn de schotten sterk verhoogd. Men kan pas volledig indexeren, als men een
buffer heeft van 130%. Komt men in onderdekking, dan kan men kortingen
uitspreiden over 10 jaar. De vereiste dekkingsgraad is echter verhoogd.
Daardoor duurt de opbouw langer en in die tijd kan men niet indexeren.
Tevens is de
pensioenopbouw verlaagd naar 1,785. Daar komen de eisen van de nieuwe wet
overheen. Er is nu wel een nominale wet, maar deze tast de indexatie wél aan.
Bij een lage
conjunctuur houdt men vast aan een lage rente. Op dit moment wordt er zelfs
gesproken over een negatieve rente, d.w.z. als een bank een kapitaal wil deponeren bij een
andere bank betaalt men daarvoor een zekere rente. De wet verplicht
pensioenfondsen in de verwachting voor de toekomst uit te gaan van de huidige
rente, onafhankelijk van bereikte rendementen. Bij een normale conjunctuur zou
men uit kunnen gaan van ongeveer 4%, maar de huidige rekenrente is duidelijk
lager. Onder invloed van Brussel is de rente nog verder gezakt. Elk procent
lagere rente scheelt ongeveer 16% in de dekkingsgraad. Tevens blijven vooral de
ouderen langer leven en ook dat scheelt 15% in de dekkingsgraad.
Pensioenfondsen
hebben een deel van de rente afgedekt, d.w.z. als de rente laag is, krijgt men
toch een afgesproken rente (rentederivaten). Dit wordt afgedekt via de
woningbouwverenigingen. Daar die geld moeten lenen, zijn zij gebaat bij een
lagere rente.. De vraag naar rentederivaten is echter hoger dan het aanbod.
Brussel heeft
enige correctie ingevoerd op de renteverwachting door het UFR. Op basis daarvan
mag men ervan uitgaan, dat de rente langzaam stijgt naar 4% in 20 jaar. Dit
percentage is echter onlangs verlaagd naar 3,6%. Ook dat heeft invloed op de
dekkingsgraden. Verzekeringen mogen uitgaan van een hoger percentage, maar dat
wordt volgend jaar opnieuw vastgesteld. Er ligt nu een toezegging, dat het
percentage van pensioenfondsen zal worden aangepast aan dat van de
verzekeraars.
In feite is de
verwachting naar de toekomst uit de lucht gegrepen. De SER pleit ervoor een
macrostabiele discontovoet aan te houden, die is gebaseerd op de rendementen.
Dit mag men echter wel aanhouden bij de berekening van de kostendekkende
premie, maar niet bij de berekening van de dekkingsgraad. Wij zouden bij dit
laatste ook willen uitgaan van de rendementen. Vele jongeren vrezen echter, dat
dit ten koste zal gaan van hun latere pensioen. De politiek vreest de goodwill
van de jongeren. Niet indexeren treft echter zowel de directe uitbetaling aan
senioren als de pensioenopbouw van jongeren.
ABP-akkoord
Bij de ABP is de
opbouw nog lager, maar ook de franchise, d.w.z. dat deel van het salaris
waarover men geen premie betaalt, omdat
dat is afgedekt door de AOW. Men betaalt dus over een groter deel van het
salaris premie en bouwt dus over een groter deel pensioen op. Dit is met name
van belang voor de lagere inkomensgroepen.
Er is geen
akkoord over de indexatie.
Woerden, 4
november 2014
Kees Tilanus
