maandag 9 januari 2012

Zijn gepensioneerde leden vooral goed voor de contributie of wordt ook door de vakbeweging hun plaats in de maatschappij erkend en bevorderd?

***Hierna volgt een deel van de notitie van Kees Tilanus over de waarde van het vrijwilliggerswerk en de (beperkte) ondersteuning in deze door de vakbeweging.***

De vakbeweging richt zich met name op betaalde arbeid. Mogen wij verwachten, dat ze zich ook inzet voor vrijwilligerswerk? In haar beleidsnota’s erkent de FNV echter wel degelijk de waarde van vrijwilligerswerk. Vrijwilligersbeleid in de vakbeweging beperkt zich echter grotendeels tot de vrijwilligers, die functioneren binnen de eigen geledingen. En ook dat beleid is lang niet overal afdoende ontwikkeld. De aandacht van de vakbeweging voor vrijwilligerswerk, met name het vrijwilligerswerk buiten de eigen geledingen, is uiterst beperkt.

Betekent dat echter in feite niet, dat de vakbeweging de waarde van vrijwilligerswerk onvoldoende onderkent. In het verleden werd vaak “betaalde en onbetaalde arbeid” in één adem genoemd. Die periode lijkt voorbij te zijn, maar houdt dat ook niet in, dat leden die niet (meer) in staat zijn betaalde arbeid te verrichten ondergewaardeerd worden? Zijn gepensioneerde leden vooral goed voor de contributie of wordt ook door de vakbeweging hun plaats in de maatschappij erkend en bevorderd? Kan door genoemde ‘loopbaanontwikkeling’ de betekenis van ouderen in de samenleving, maar ook binnen de eigen vakbeweging, niet worden bevorderd?

Natuurlijk moet de vakbeweging erop toezien, dat vrijwilligerswerk niet in de plaats komt van beroepswerk (verdringing). Daar staat tegenover, dat beroepskrachten en vrijwilligerswerk elkaar steeds meer nodig zullen hebben. Meedenken door vrijwilligers kan ertoe leiden, dat in goed overleg de taken van beroepskrachten en van vrijwilligers worden afgesproken en een duidelijke taakafbakening ontstaat van het vrijwilligerswerk. Het is daarom gewenst, dat de vakbeweging een beleidskader formuleert, waarin beroepskrachten en vrijwilligers samenwerken en elkaar ondersteunen en elkaar niet in de weg staan.

Kees Tilaus, april 2011

(de gehele notitie kunt u opvragen door een email te sturen naar: wdeijkers@vereniging.abvakabo.nl)


Het pensioendossier

Verslag van de themamiddag verzorgd door Rob Barnhoorn op 18 oktober 2011

Er is een conflict ontstaan tussen AbvaKaboFNV en BondgenotenFNV en de andere vakbonden in de FNV. We willen vanmiddag onder meer ingaan op de kern van dit conflict. Zoals bekend is er in 2010 een pensioenakkoord gesloten. Dat is in een referendum voorgelegd aan onze leden. Een grote meerderheid van de leden is hiermee akkoord gegaan. Dit akkoord moest echter nader worden uitgewerkt. Dat is in 2011 gebeurd.

Zowel in de Kabinetsvoorstellen als in het pensioenakkoord stijgt de AOW-leeftijd in 2020 naar 66 jaar en stijgt deze AOW-leeftijd verder, als de levensverwachting blijft stijgen. De Kabinetsvoorstellen voorzagen echter geen mogelijkheid de AOW eerder te laten ingaan dan de pensioengerechtigde leeftijd. In het pensioenakkoord is die mogelijkheid wel afgesproken. Vanaf 65 jaar is het mogelijk de AOW per maand te laten ingaan, maar tegen een lager bedrag. Daarnaast is in de uitwerking met de werkgevers afgesproken, dat de premie niet meer zal worden verhoogd. Het risico, dat de pensioenfondsen geen geld genoeg hebben om de pensioenen en de indexatie te betalen zou dus geheel bij de deelnemers komen te liggen .

Deze uitwerking is opnieuw voorgelegd aan onze leden. Degenen, die hun stem hebben uitgebracht, hebben de uitwerking afgewezen, tenzij er wordt voldaan aan twee voorwaarden:

1. Voor lage inkomens moet het mogelijk zijn met 65 jaar uit het arbeidsproces te treden. De periode tot de werkelijke AOW-leeftijd moet kunnen worden overbrugd zonder aanzienlijk verlies van het huidige recht op AOW.

2. De werkgevers moeten bereid zijn mede bij te dragen in het risico van de pensioenen.

Voordat over deze uitwerking stemming plaatsvond in de Federatieraad FNV heeft de minister in de Tweede Kamer toezeggingen gedaan, die verder gaan dan de uitwerking. De AOW zal per jaar extra worden verhoogd met 0,6%. Het is vanaf 65 jaar mogelijk de AOW per maand te laten ingaan tegen een vergelijkbaar niveau als nu. De 0,6% per jaar is echter niet voldoende om de verlaging van de AOW op te vangen. De huidige levensloopregeling wordt vervangen door vitaliteitssparen, d.w.z. de mogelijkheid om voor vroegpensioen te sparen onder vergelijkbare voorwaarden als nu. Voor mensen met een laag inkomen zal echter sparen moeilijk zijn. Tevens kunnen alleen diegenen, die reeds een bedrag hebben gespaard, van deze regeling gebruik maken. Daardoor is deze regeling ongunstig voor nieuwe spaarders. De vitaliteitsregeling moet nog nader worden uitgewerkt. Tevens worden ouderenkortingen anders ingezet en belastingkortingen opgeheven. Er ligt echter ook geen centrale afspraak met de werkgevers, dat zij bij een tekort moeten bijbetalen. Dat kan alleen worden geregeld in de afzonderlijke CAO’s. Dit punt ligt vooral bij de Bondgenoten gevoelig, omdat zij vaak te maken hebben met kleinere werkgevers. Bondgenoten noemen het akkoord dan ook een casino-akkoord. Zij en wij wensen een grotere zekerheid. In het akkoord wordt te veel overgelaten aan de afzonderlijke pensioenfondsen.

AbvaKaboFNV en BondgenotenFNV hebben in de Federatieraad enerzijds het eerder ingenomen standpunt verdedigd en anderzijds gevraagd de beslissing uit te stellen totdat meer duidelijkheid is over het standpunt van de minister en de wijze waarop de toezeggingen worden betaald. AbvaKaboFNV en BondgenotenFNV vertegenwoordigen gezamenlijk ruim 60% van alle leden. De Federatieraad heeft desondanks het standpunt van AbvaKaboFNV en BondgenotenFNV niet overgenomen en heeft de uitwerking aanvaard zonder genoemde voorwaarden. Statutair is dat mogelijk, omdat er eerder is afgesproken, dat de stemverhouding het aantal leden niet volgt.

Daarnaast staan er in het akkoord uitgangspunten voor arbeidsparticipatie. Als de AOW-leeftijd omhoog gaat, is het van belang, dat men langer blijft doorwerken. Er zijn uitgangspunten geformuleerd met betrekking tot behoud van gezondheid en vitaliteit; behoud of ontwikkelen van kennis en vaardigheden door scholing; flexibiliteit en mobiliteit binnen of buiten het eigen werk en een goede verhouding tussen de kosten en de productiviteit. Een en ander moet echter nog nader worden uitgewerkt. Het Kabinet ondersteunt weliswaar de aanpak rond arbeidsparticipatie, maar moet ook faciliterende maatregelen nemen. Op dit moment is er sprake van een doorwerkbonus. Dat maakt plaats voor een arbeidsbonus, maar dat is ongunstiger. Ook staat in een aantal CAO’s nog een leeftijdsontslag opgenomen op AOW-leeftijd. Ook dat moet van tafel. Er bestaat dan ook nog veel onduidelijkheid op dit punt.

Spreken we over de actuele zaken rond het pensioendossier, dan moeten we ook ingaan op de lage dekkingsgraden. We moeten op langere termijn rekenen op lage renten en dat werkt zeer negatief uit. Er bestaat nu een dekkingstekort, d.w.z. volgens de huidige berekeningen is er te weinig geld om de pensioenen over langere tijd te blijven betalen. Onze uitgangspunten zijn:

· Er moet gelijke behandeling zijn van de generaties. Op dit moment protesteren de jongeren. Er wordt gesteld, dat indexatie bij ouderen minder belangrijk is dan de toekomst voor jongeren. Het pensioen moet generatieproof zijn. Daar staat tegenover, dat jongeren meer kans maken op herstel. Er is echter wel sprake van een instabiele arbeidsmarkt.

· De indexatie-ambitie moet vastliggen.

· Er moeten buffers zijn, maar ook weer niet te groot

· Er moet gerekend kunnen worden met minder flexibele rente. De rente is nu wel extreem laag. We moeten eventueel uitgaan van een gemiddelde rente over een langere periode. Jongere vrezen echter, dat door uit te gaan van een hogere rekenrente er later onvoldoende geld zal zijn om hun pensioenen adequaat uit te blijven betalen.

Bij een hogere AOW-leeftijd betalen de 65- en later ook de 66-jarigen AOW-premie. Ook daardoor gaat men achteruit.

Kortom, het in 2010 gesloten akkoord heeft onze steun, maar wij hebben grote moeite met de uitwerking. Er is tevens nog zoveel onduidelijk, dat we er grote moeite mee hebben, dat deze uitwerking door de FNV is aanvaard. Agnes Jongerius ging niet in op onze bezwaren en dreef stemming door. Bondgenoten en wij hebben daarom het vertrouwen in Agnes Jongerius opgezegd. Ook binnen AbvaKabo zijn echter de meningen verdeeld. Er komt nu een commissie van goede diensten, die moet zien de eenheid binnen de FNV te herstellen. Er zijn nu twee formateurs benoemd. (Hun voorstellen zijn inmiddels breed in de media aan de orde geweest; nu wachten op de feitelijke uitwerkingen).

Woerden, 6 november 2011

Kees Tilanus