donderdag 9 januari 2014

ONS PENSIOEN, NU EN IN DE TOEKOMST



Inleiding door Albert Vink, lid dagelijks bestuur van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn en van het Pensioenfonds voor de Sociale Werkvoorziening op 18 november 2013


Met betrekking tot de pensioenen spelen de volgende zaken:

Witteveen 1
Er zijn reeds wijzigingen aangebracht in de opbouw van pensioenen. De maximale belastingvrije opbouw is al verlaagd van 2,25% naar 2,15%. Tevens gaat men uit van een hoge franchise – het bedrag waarover men geen premie betaalt, omdat men AOW ontvangt – van € 10.940.
Alle prognoses wijzen erop, dat de mensen steeds langer blijven leven. De pensioenen moeten  langer worden doorbetaald. Een en ander wordt berekend via de LAM (Leeftjds-Aanpassings-Mechanisme). De leeftijd, waarop men AOW ontvangt, wordt geleidelijk verhoogd van 65 naar 67 jaar. De pensioenen volgen dit door reeds nu de rekenleeftijd te plaatsen op 67 jaar. Men kan vanaf 60 jaar met pensioen gaan, maar moet dan wel de tijd tot de AOW zelf overbruggen. Op den duur zullen we werknemers nodig hebben, onder meer in de zorg, het onderwijs, e.d. Op dit moment worden mensen echter ontslagen, waardoor de overgang naar de AOW-leeftijd problematisch is.


Witteveen II
Er ligt nu een voorstel om de maximale belastingvrije opbouw verder te verlagen naar 1,75%, eventueel zelfs naar 1,55% en de bovengrens te plaatsen op € 100.000. Premie voor een inkomen boven dat bedrag is dan niet meer belastingvrij. Dit is in de Eerste Kamer tegengehouden en is nu opnieuw in discussie met de oppositiepartijen. Doel is 3 miljard vrij te spelen. Aan de orde is de hoogte van de maximale belastingvrije opbouw. Er wordt onder meer gesproken over 1,85%. Het is de vraag, of je als jongere voldoende pensioen kunt opbouwen. Volgens ons heb je daar een opbouw van minstens 2,0% voor nodig. Tevens wordt gesproken over de bovengrens. Er wordt nu onder meer gesproken over € 65.000. Waar het op uitkomt is op dit moment nog niet te zeggen.


Financieel Toetsingskader (FTK)
In het verleden is voorgespiegeld, dat men na 40 dienstjaren een pensioen krijgt van 70% van het eindsalaris. Onvoldoende is daarbij tot uiting gebracht, dat deze toezegging voorwaardelijk was. “We doen niet, wat we beloven”. Inmiddels is het eindloon bij verreweg de meeste pensioenfondsen omgezet in middelloon om de topinkomens niet onevenredig de pensioenen te doen belasten..
Tevens is niet tot uiting gebracht, dat de ambitie is te indexeren, maar dat dit afhangt van de wettelijke positie van het fonds.
Men is nu bezig een nieuwe pensioenwet op te stellen. In de voorbereiding ging men aanvankelijk uit van een keuze tussen twee soorten contracten: een nominaal contract, dat uitgaat van 97,5% zekerheid, of een reëel contract, waarin de indexatie-ambitie is verwerkt. In het reële contract kan men mee- en tegenvallers uitsmeren over 10 jaar. Dat geeft een grotere waarschijnlijkheid op indexatie.
Op dit moment spreekt men over één tussenvariant tussen het nominale en het reële contract. Er liggen nu vijf tussenmodellen op tafel, waarvan er drie een redelijke kans maken. Het Ministerie van Sociale Zaken en de Nederlandse Bank gaan primair uit van het nominale contract, zeer tegen de wens van de grotere pensioenfondsen. Hangende de discussie mogen de pensioenfondsen hun winsten op dit moment niet uitkeren. Korting wordt echter ook slechts beperkt toegestaan. Bij berekening van de dekkingsgraad mag men in de nieuwe wet mede uitgaan van de rendementen, maar het is nog niet duidelijk voor hoeveel.
De Wet zal waarschijnlijk pas in januari worden voorgelegd ter behandeling in het Parlement. Aangezien de pensioenfondsen een klein jaar nodig hebben om alles voor te bereiden, is het nog onduidelijk of de Wet per 1 januari 2015 in werking kan treden.


Governance
Het betreft hier regels m.b.t. bestuur, toezicht en medezeggenschap. De Wet versterking pensioenfonds is al effectief. Pensioenfondsen moeten meer deskundigheid aantrekken m.b.t. beleggingen en risicomanagement. Kleine fondsen huren deze deskundigheid in; grotere pensioenfondsen nemen deze deskundigheid op in het bestuur. Daarnaast houden grotere fondsen ook externe beursspecialisten.
Komende bestuursleden moeten goedgekeurd worden door de Nederlandse Bank. Deze houdt er een zware toetsing op na. Feitelijk ziet ze node vakbondsbestuurders in het bestuur van een pensioenfonds en wil men meer externe deskundigen.
De wet verplicht per 1 juli gepensioneerden op te nemen in het bestuur. Het aantal is afhankelijk van het percentage gepensioneerden in het fonds. Voor PFZW is het één gepensioneerde; voor ABP zijn het er twee. Ook deze bestuursleden krijgen dezelfde strenge toetsing door de Nederlandse Bank.
Feitelijk loopt het aantal pensioenfondsen terug vanwege de hoge eisen en de daarmee gepaard gaande kosten.
De Wet kent vijf bestuursmodellen. Deze worden gekenmerkt door de plaats, die externe deskundigen innemen in het bestuur. Enerzijds heb je een zuiver paritair bestuur, bestaande uit werkgevers en werknemers. Daarbij is een Raad van Toezicht met externe deskundigen vereist. Anderzijds heb je een zuiver extern bestuur. PFZW en ABP kiezen voor een paritair bestuur.
De medezeggenschap wordt geregeld in een verantwoordingsorgaan.


Rekenrente
De rekenrente bepaalt de voorspelling, wat een bepaalde inleg gaat opbrengen voordat het wordt uitbetaald. Deze voorspelling wordt enerzijds bepaald door de duur van de beleggingen en anderzijds door de hoogte van de rente, die de beleggingen opbrengen.
Wat betreft de duur, kunnen we stellen, dat premie die door jongeren wordt opgebracht meer opbrengt dan premie die door ouderen wordt opgebracht. Feitelijk betalen jongeren evenveel premie als ouderen. Jongeren betalen daardoor te veel en ouderen te weinig. De omslag ligt ongeveer bij de leeftijd van 43 jaar. Dit zou men kunnen opvangen door de opbouw bij jongeren hoger te waarderen dan bij ouderen.
Wat betreft de verwachte rente, is men nu verplicht uit te gaan van de zogenaamde rekenrente. Deze rekenrente is de actuele marktrente. Deze is laag, omdat de Centrale Banken deze marktrente bewust laag houden. Dat heeft een negatieve invloed op het dekkingspercentage. Men heeft namelijk een hoger kapitaal nodig, als men ervan moet uitgaan, dat dit kapitaal minder zal opbrengen. Het probleem zit hem niet in een verkeerd beleggingsbeleid, maar in de lage rekenrente. In 2008 hadden we een veel minder vermogen, maar konden we rekenen met een rekenrente van 4,5%. Daardoor was de dekkingsgraad hoog. In 2013 hebben we een veel groter vermogen, maar mogen we slechts rekenen met een rekenrente van 2,5%. Nu is de dekkingsgraad laag.
De pensioenfondsen willen een stabiele rekenrente en niet afhankelijk zijn van de marktrente. Er is reeds enige soelaas gegeven, omdat pensioenfondsen ervan mogen uitgaan, dat de rekenrente in de loop der jaren zal groeien naar 4,2. We noemen dat de UFR. Op dit moment is een club van wijze mensen van de Sociaal Economische Raad bezig dit cijfer te herzien. Men wil de feitelijke rendementen meewegen. De laatste gegevens wijzen erop, dat men uit kan gaan van een rekenrente van 3,9. Overigens heeft de Nederlandse Bank zich hierbij teruggetrokken.
De dekkingsgraden zijn de laatste tijd weer gegroeid. Het ABP wil eerst de korting terugdraaien; het PFZW zal waarschijnlijk gedeeltelijk indexeren. De beslissing valt echter op basis van de stand van zaken op 31 december.


Vertrouwen
Omdat indexeren langere tijd afwezig is gebleven en sommige fondsen hebben moeten korten, is het vertrouwen in pensioenfondsen sterk gedaald. De publicaties in de media hebben daar evenmin goed aan gedaan. De deskundigheid van Kamerleden is ook niet altijd even hoog. Zij zijn niet getoetst door de Nederlandse Bank.
Er is ook een negatieve discussie tussen jong en oud. Indexeren zou slecht zijn voor jongeren. Feitelijk heeft indexeren ook invloed op op te bouwen rechten en is daarom net zo goed voor jongeren, Oppotten zou goed zijn voor jongeren en slecht voor ouderen. Het feitelijk beschikbare kapitaal is echter ruim voldoende voor jong en oud.


Oranje investeringen
Men hoort vaak de roep, dat pensioenfondsen in Nederland moeten investeren. De pensioenfondsen zijn daartoe best bereid, maar alleen als het goed rendeert en investeringen een minimale omvang hebben. Echter ook banken zijn wel bereid te investeren in goed rendabele projecten. Twee werkgroepen maken op dit moment studie van de vraag, of we in Nederland kunnen investeren. De ene maakt studie van hypotheken; de andere in investeringen in duurzame projecten,  infrastructuur en zorg. Zouden we een evenredig aandeel investeren in Nederland, dan zouden we daar 5% investeren. Feitelijk investeren we daar 8%.
We investeren over de hele wereld, zoals in fondsen, bedrijven, goederen, grondstoffen, e.d. Een aantal zaken hebben we uitgesloten, zoals clusterbommen, tabak, e.d. Geld gaat niet naar het buitenland, want we krijgen er veel meer voor terug. Men heeft wel kritiek op het beleggingsbeleid. Zo zou men te veel beleggen in risicovolle landen. Feitelijk hebben staatsobligaties in Griekenland veel opgebracht, maar PGGM heeft zich daaruit grotendeels teruggetrokken, omdat het risico te groot was.
In 2008 hebben we 20% verloren. Nu hebben we betere rendementen. We beleggen bij PFZW 30% in vastrentende waarden (onder meer obligaties) en 70% in zakelijke waarden (aandelen). Een deel van de beleggingen is onderwerp voor rente-afdekking. Dat kan echter verkeerd uitvallen, zoals blijkt bij de pensioenfondsen metaal.
PGGM is gedeeltelijk afhankelijk van de deskundigheid van externe beleggers. Men verleent slechts een bonus, als een belegger gedurende 8 jaar bovennormale winst heeft behaald. In feite is dat een pervers systeem, maar anders kan men de deskundigen niet aantrekken.


Verplichtstelling

Op dit moment is men verplicht pensioen op te bouwen bij het pensioenfonds, waartoe de werkgever behoort. Ook dat staat ter discussie. Vooral jongeren willen zelfstandig beleggen. Juist door de verplichtstelling kunnen pensioenfondsen echter een beter beleggingsbeleid voeren. Daardoor kan men veel meer uitbetalen dan is ingelegd. Men krijgt ongeveer vier keer zoveel als men heeft ingelegd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten