
Verslag van de themamiddag op 12 oktober 2010, ingeleid door Xander den Uyl
Er is duidelijk sprake van onrust in den lande. Veertien pensioenfondsen hebben de aanwijzing gekregen de pensioenuitkering te korten (afstempelen), omdat hun dekkingsgraad te laag is. We hebben inmiddels een rapport van de Commissie Don, waardoor druk komt vanuit de overheid. We hebben tevens een rapport van de Commissie Goudswaard, waardoor andere normen worden gesteld.
Oorzaken van de huidige situatie zijn:
· St * Stijging van de levensverwachting. Deze stijging neemt op dit moment sneller toe dan enkele jaren geleden was voorzien. Er is nu een betere zorg en er wordt minder gerookt. De verwachtingen moesten daarom worden bijgesteld. Na 2030 daalt het aandeel van de gepensioneerden in de bevolking weer.
· T * Twijfels over de financiële haalbaarheid van de huidige toezeggingen, omdat de rente erg laag is. Lage rente verhoogt de waardering van de verplichtingen: je hebt meer geld nodig, als je kunt verwachten dat het huidige geld minder rente oplevert.
Daartegenover staat, dat de beleggingen weer redelijk opbrengen en dat het feitelijk beschikbare kapitaal nooit zo hoog is geweest als op dit moment. Door het Nederlandse systeem staat Nederland er nu beter voor dan vele andere landen. Er is genoeg geld in de pot, ook voor jongeren. Het probleem ligt dan ook op dit moment niet bij het beschikbare vermogen, maar bij de toegenomen verplichtingen. De waarde van het kapitaal wordt namelijk bepaald door de zogenaamde swap-rente, d.w.z. de rente die banken aan elkaar berekenen, als men geld van elkaar leent. Deze rente wisselt vrijwel dagelijks, waardoor ook de waarde van het kapitaal vrijwel dagelijks verandert. We noemen dan de volatiliteit van de geldwaarde. Deze volatiliteit is pas kort toegenomen, omdat banken op dit moment nauwelijks van elkaar lenen. Het is wel mogelijk rentedaling af te dekken, maar dan kan je ook niet profiteren als de rente hoger wordt. De pensioenfondsen dekken daarom maar een deel van hun vermogen af.
De pensioenfondsen zijn met deze grote volatiliteit niet gelukkig. Ze zijn dan ook in discussie over een ander systeem om de rente te berekenen, namelijk uitgaan van de gemiddelde rente over een langere termijn. Ook die rente verandert, maar minder snel en wisselend. De pensioenfondsen zijn echter gebonden aan de door de regering vastgestelde regels.
Reeds eerder was de dekkingsgraad te laag. De fondsen moesten toen aangeven, hoe zij konden zorgen, dat in drie – later vijf – jaar de dekkingsgraad weer op normaal niveau zou zijn, het zogenaamde herstelplan. De feitelijke ontwikkeling ligt op dit moment echter onder de lijn, die in het herstelplan is aangegeven.
Om hier een oplossing voor te vinden hebben de vakbonden en de werkgevers een pensioenakkoord gesloten:
· 1. * De hoogte van de AOW moet worden gebaseerd op het werkelijk verdiende loon, dat hoger ligt dan het CAO-loon;
· D * De hogere levensverwachting wordt verwerkt door de AOW-leeftijd te verhogen.
· G * Gaat men toch eerder met pensioen, dan krijgt men voor ieder jaar dat men eerder met pensioen gaat een korting van 6,5%, hetgeen gedeeltelijk kan worden gecompenseerd door de hogere AOW-uitkering.
· E * Een en ander moet worden verwerkt in een ander pensioencontract. Daarvoor wordt gesproken over enkele mogelijke modellen. Daarbij geldt, dat men voor ieder jaar dat men langer leeft, 6 – 8 manden langer moet werken.
5 5 * Er komen maatregelen om de participatie van ouderen in het arbeidsproces te verhogen.
Kortom: op korte termijn moeten we de rente volgen. We zullen echter alles op alles zetten om afstempelen te voorkomen. Over het een en ander zal duidelijk voorlichting worden gegeven. Op langere termijn ontkomen we niet aan een herziening van het pensioencontract. We maken een analyse van de verdelingsrisico’s. We werken toe naar nieuwe regels voor het toetsingskader.
Woerden, 28 oktober 2010
Kees Tilanus
Geen opmerkingen:
Een reactie posten