vrijdag 31 mei 2013

Zo lang mogelijk zelfstandig leven en wonen

ZO LANG MOGELIJK ZELFSTANDIG
Door Kees Tilanus
De ouderen worden min of meer gedwongen om in hun eigen huis te blijven wonen ook als de zorgvraag bij hen toeneemt.
De meeste mensen zullen ook graag zelfstandig in hun wijk met bekenden blijven wonen maar de verzorging en verpleging die zij eventueel nodig hebben moet zodanig geleverd worden dat dit ook mogelijk is.
Het is voor de zorgvragers belangrijk dat zij de zorg waar zij behoefte aan hebben ook krijgen en dat dit op een transparante manier gebeurt. 

Lees het hele artikel >>>
Download de hele tekst >>>


bron: website LOIS

donderdag 6 september 2012

Ouderenzorg naar de zorgverzekeraars?

De zorgverzekeraars willen de ouderenzorg zelf ter hand nemen en niet dat die wordt overgeheveld van de AWBZ naar de gemeenten. Dat zegt André Rouvoet van Zorgverzekeraars Nederland in een interview in Trouw woensdag. Volgens hem kunnen de verzekeraars de ouderenzorg beter, efficiënter en goedkoper uitvoeren dan de gemeenten.Het tekort voor de AWBZ bedroeg vorig jaar 3,3 miljard euro. Het was het derde jaar op rij dat het tekort meer dan 3 miljard euro bedroeg, maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag bekend. Veel politieke partijen pleiten er nu voor om de verpleging en verzorging van ouderen uit de AWBZ naar de gemeenten te verschuiven.

Echte zorg
‘Ik kan me voorstellen dat de politiek de huishoudelijke hulp - en straks ook de begeleiding - overhevelt naar de gemeenten. Dat is welzijnswerk, geen onverzekerbare zorg. Maar wassen, medicijnen toedienen of een stoma aanleggen, dat is echte zorg. Dat moet een verzekerd recht blijven en niet een sociale voorziening ter beoordeling van de gemeenten. Straks moet je maar afwachten of je die zorg krijgt’, aldus Rouvoet.

(bron: Nieuwsbrief 6 september 2012 Zorg en Welzijn)

Bent u het daarmee eens?

donderdag 29 maart 2012

Ouderenzorg gebaat bij meer verpleegkundigen

Er zijn meer verpleegkundigen nodig in de ouderenzorg. De wetenschappelijke kennis van verpleegkundigen zou de kwaliteit van de zorg verbeteren, schrijft staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten (Volksgezondheid) in een brief aan de Tweede Kamer. In haar brief noemt de staatssecretaris zes projecten die ervoor moeten zorgen dat er meer verpleegkundigen instromen in de ouderenzorg.

De staatssecretaris benadrukt dat de regie in de ouderenzorg meer bij de (wijk)verpleegkundigen moet komen te liggen. ‘Op deze wijze wordt het interessanter om in deze sector te werken en komen er meer verpleegkundigen beschikbaar,’ schrijft zij.

Specialisatie

Om ervoor te zorgen dat meer verpleegkundigen kiezen voor een baan in de ouderenzorg loopt er

een pilot waarbij hbo-verpleegkundigen kunnen kiezen voor een uitstroomvariant gerontologie en geriatrie (vgg), die gericht is op ouderen met specifieke gezondheidsproblemen. Het is de bedoeling dat er uiteindelijk 240 nieuwe hbo-v’ers met deze specialisatie bij komen.

Onderzoek

Daarnaast wordt aan de Universiteit Maastricht onderzoek gedaan naar de rol van verpleegkundigen in verpleeghuizen en naar manieren om hun werk effectiever te maken. Ook wordt onderzocht hoe zij meer ‘evidence based’ kunnen werken. Dit houdt in dat het uitvoeren van werkzaamheden wordt gebaseerd op de best beschikbare informatie over doelmatigheid. Het onderzoek bestaat uit drie deelprojecten.

Projecten

Het eerste project gaat in op de meest voorkomende gezondheidsklachten waarmee verpleeghuisbewoners kampen: van ondervoeding tot decubitus, gedragsproblemen en valincidenten. In het tweede project wordt gezocht naar oplossingen voor het probleem dat wetenschappelijke kennis vaak niet doordringt tot de zorgpraktijk. Het derde project draait om de mogelijkheid om de deskundigheid van zorgverleners te verhogen.

Bekijk hier de brief van Veldhuijzen van Zanten aan de Tweede Kamer


bron: Zorg en Welzijn

maandag 9 januari 2012

Zijn gepensioneerde leden vooral goed voor de contributie of wordt ook door de vakbeweging hun plaats in de maatschappij erkend en bevorderd?

***Hierna volgt een deel van de notitie van Kees Tilanus over de waarde van het vrijwilliggerswerk en de (beperkte) ondersteuning in deze door de vakbeweging.***

De vakbeweging richt zich met name op betaalde arbeid. Mogen wij verwachten, dat ze zich ook inzet voor vrijwilligerswerk? In haar beleidsnota’s erkent de FNV echter wel degelijk de waarde van vrijwilligerswerk. Vrijwilligersbeleid in de vakbeweging beperkt zich echter grotendeels tot de vrijwilligers, die functioneren binnen de eigen geledingen. En ook dat beleid is lang niet overal afdoende ontwikkeld. De aandacht van de vakbeweging voor vrijwilligerswerk, met name het vrijwilligerswerk buiten de eigen geledingen, is uiterst beperkt.

Betekent dat echter in feite niet, dat de vakbeweging de waarde van vrijwilligerswerk onvoldoende onderkent. In het verleden werd vaak “betaalde en onbetaalde arbeid” in één adem genoemd. Die periode lijkt voorbij te zijn, maar houdt dat ook niet in, dat leden die niet (meer) in staat zijn betaalde arbeid te verrichten ondergewaardeerd worden? Zijn gepensioneerde leden vooral goed voor de contributie of wordt ook door de vakbeweging hun plaats in de maatschappij erkend en bevorderd? Kan door genoemde ‘loopbaanontwikkeling’ de betekenis van ouderen in de samenleving, maar ook binnen de eigen vakbeweging, niet worden bevorderd?

Natuurlijk moet de vakbeweging erop toezien, dat vrijwilligerswerk niet in de plaats komt van beroepswerk (verdringing). Daar staat tegenover, dat beroepskrachten en vrijwilligerswerk elkaar steeds meer nodig zullen hebben. Meedenken door vrijwilligers kan ertoe leiden, dat in goed overleg de taken van beroepskrachten en van vrijwilligers worden afgesproken en een duidelijke taakafbakening ontstaat van het vrijwilligerswerk. Het is daarom gewenst, dat de vakbeweging een beleidskader formuleert, waarin beroepskrachten en vrijwilligers samenwerken en elkaar ondersteunen en elkaar niet in de weg staan.

Kees Tilaus, april 2011

(de gehele notitie kunt u opvragen door een email te sturen naar: wdeijkers@vereniging.abvakabo.nl)


Het pensioendossier

Verslag van de themamiddag verzorgd door Rob Barnhoorn op 18 oktober 2011

Er is een conflict ontstaan tussen AbvaKaboFNV en BondgenotenFNV en de andere vakbonden in de FNV. We willen vanmiddag onder meer ingaan op de kern van dit conflict. Zoals bekend is er in 2010 een pensioenakkoord gesloten. Dat is in een referendum voorgelegd aan onze leden. Een grote meerderheid van de leden is hiermee akkoord gegaan. Dit akkoord moest echter nader worden uitgewerkt. Dat is in 2011 gebeurd.

Zowel in de Kabinetsvoorstellen als in het pensioenakkoord stijgt de AOW-leeftijd in 2020 naar 66 jaar en stijgt deze AOW-leeftijd verder, als de levensverwachting blijft stijgen. De Kabinetsvoorstellen voorzagen echter geen mogelijkheid de AOW eerder te laten ingaan dan de pensioengerechtigde leeftijd. In het pensioenakkoord is die mogelijkheid wel afgesproken. Vanaf 65 jaar is het mogelijk de AOW per maand te laten ingaan, maar tegen een lager bedrag. Daarnaast is in de uitwerking met de werkgevers afgesproken, dat de premie niet meer zal worden verhoogd. Het risico, dat de pensioenfondsen geen geld genoeg hebben om de pensioenen en de indexatie te betalen zou dus geheel bij de deelnemers komen te liggen .

Deze uitwerking is opnieuw voorgelegd aan onze leden. Degenen, die hun stem hebben uitgebracht, hebben de uitwerking afgewezen, tenzij er wordt voldaan aan twee voorwaarden:

1. Voor lage inkomens moet het mogelijk zijn met 65 jaar uit het arbeidsproces te treden. De periode tot de werkelijke AOW-leeftijd moet kunnen worden overbrugd zonder aanzienlijk verlies van het huidige recht op AOW.

2. De werkgevers moeten bereid zijn mede bij te dragen in het risico van de pensioenen.

Voordat over deze uitwerking stemming plaatsvond in de Federatieraad FNV heeft de minister in de Tweede Kamer toezeggingen gedaan, die verder gaan dan de uitwerking. De AOW zal per jaar extra worden verhoogd met 0,6%. Het is vanaf 65 jaar mogelijk de AOW per maand te laten ingaan tegen een vergelijkbaar niveau als nu. De 0,6% per jaar is echter niet voldoende om de verlaging van de AOW op te vangen. De huidige levensloopregeling wordt vervangen door vitaliteitssparen, d.w.z. de mogelijkheid om voor vroegpensioen te sparen onder vergelijkbare voorwaarden als nu. Voor mensen met een laag inkomen zal echter sparen moeilijk zijn. Tevens kunnen alleen diegenen, die reeds een bedrag hebben gespaard, van deze regeling gebruik maken. Daardoor is deze regeling ongunstig voor nieuwe spaarders. De vitaliteitsregeling moet nog nader worden uitgewerkt. Tevens worden ouderenkortingen anders ingezet en belastingkortingen opgeheven. Er ligt echter ook geen centrale afspraak met de werkgevers, dat zij bij een tekort moeten bijbetalen. Dat kan alleen worden geregeld in de afzonderlijke CAO’s. Dit punt ligt vooral bij de Bondgenoten gevoelig, omdat zij vaak te maken hebben met kleinere werkgevers. Bondgenoten noemen het akkoord dan ook een casino-akkoord. Zij en wij wensen een grotere zekerheid. In het akkoord wordt te veel overgelaten aan de afzonderlijke pensioenfondsen.

AbvaKaboFNV en BondgenotenFNV hebben in de Federatieraad enerzijds het eerder ingenomen standpunt verdedigd en anderzijds gevraagd de beslissing uit te stellen totdat meer duidelijkheid is over het standpunt van de minister en de wijze waarop de toezeggingen worden betaald. AbvaKaboFNV en BondgenotenFNV vertegenwoordigen gezamenlijk ruim 60% van alle leden. De Federatieraad heeft desondanks het standpunt van AbvaKaboFNV en BondgenotenFNV niet overgenomen en heeft de uitwerking aanvaard zonder genoemde voorwaarden. Statutair is dat mogelijk, omdat er eerder is afgesproken, dat de stemverhouding het aantal leden niet volgt.

Daarnaast staan er in het akkoord uitgangspunten voor arbeidsparticipatie. Als de AOW-leeftijd omhoog gaat, is het van belang, dat men langer blijft doorwerken. Er zijn uitgangspunten geformuleerd met betrekking tot behoud van gezondheid en vitaliteit; behoud of ontwikkelen van kennis en vaardigheden door scholing; flexibiliteit en mobiliteit binnen of buiten het eigen werk en een goede verhouding tussen de kosten en de productiviteit. Een en ander moet echter nog nader worden uitgewerkt. Het Kabinet ondersteunt weliswaar de aanpak rond arbeidsparticipatie, maar moet ook faciliterende maatregelen nemen. Op dit moment is er sprake van een doorwerkbonus. Dat maakt plaats voor een arbeidsbonus, maar dat is ongunstiger. Ook staat in een aantal CAO’s nog een leeftijdsontslag opgenomen op AOW-leeftijd. Ook dat moet van tafel. Er bestaat dan ook nog veel onduidelijkheid op dit punt.

Spreken we over de actuele zaken rond het pensioendossier, dan moeten we ook ingaan op de lage dekkingsgraden. We moeten op langere termijn rekenen op lage renten en dat werkt zeer negatief uit. Er bestaat nu een dekkingstekort, d.w.z. volgens de huidige berekeningen is er te weinig geld om de pensioenen over langere tijd te blijven betalen. Onze uitgangspunten zijn:

· Er moet gelijke behandeling zijn van de generaties. Op dit moment protesteren de jongeren. Er wordt gesteld, dat indexatie bij ouderen minder belangrijk is dan de toekomst voor jongeren. Het pensioen moet generatieproof zijn. Daar staat tegenover, dat jongeren meer kans maken op herstel. Er is echter wel sprake van een instabiele arbeidsmarkt.

· De indexatie-ambitie moet vastliggen.

· Er moeten buffers zijn, maar ook weer niet te groot

· Er moet gerekend kunnen worden met minder flexibele rente. De rente is nu wel extreem laag. We moeten eventueel uitgaan van een gemiddelde rente over een langere periode. Jongere vrezen echter, dat door uit te gaan van een hogere rekenrente er later onvoldoende geld zal zijn om hun pensioenen adequaat uit te blijven betalen.

Bij een hogere AOW-leeftijd betalen de 65- en later ook de 66-jarigen AOW-premie. Ook daardoor gaat men achteruit.

Kortom, het in 2010 gesloten akkoord heeft onze steun, maar wij hebben grote moeite met de uitwerking. Er is tevens nog zoveel onduidelijk, dat we er grote moeite mee hebben, dat deze uitwerking door de FNV is aanvaard. Agnes Jongerius ging niet in op onze bezwaren en dreef stemming door. Bondgenoten en wij hebben daarom het vertrouwen in Agnes Jongerius opgezegd. Ook binnen AbvaKabo zijn echter de meningen verdeeld. Er komt nu een commissie van goede diensten, die moet zien de eenheid binnen de FNV te herstellen. Er zijn nu twee formateurs benoemd. (Hun voorstellen zijn inmiddels breed in de media aan de orde geweest; nu wachten op de feitelijke uitwerkingen).

Woerden, 6 november 2011

Kees Tilanus

maandag 10 oktober 2011

Stoppen met werken en mijn pensioen








Afscheid nemen van betaald werk betekent een overgang naar een nieuwe levensfase. Hoe staat het met de

pensioenen? Hoe is het om een tevreden senior te zijn?

Het bestuur van de ABVAKABO afdeling senioren Utrecht-west organiseerde voor die groep senioren een voorlichtingsbijeenkomst over die nieuwe levensfase en over de huidige stand van zaken van de pensioenen; niet onbelangrijk in deze tijd.

Voorzitter van de senioren ging in op wat de afdeling Utrecht-west de senioren te bieden heeft. Cees Tilanus ging kort in op de betekenis van stoppen met betaald werk.

Pensioendeskundige, Rob Barnhoorn, presenteerde de huidige ontwikkelingen rond het pensioenakkoord.

De middag werd afgesloten met de visie van hoogleraar Maarten van Rossem op het senior zijn in een tijd dat we het nog zo slecht niet hebben.


Er is een verslag beschikbaar; mail naar WDeijkers@vereniging.abvakabo.nl

maandag 16 mei 2011

Pensioendiscussie binnen de FNV

Abvakabo FNV krijgt veel vragen van leden over de pensioenen en hoe wij daarin staan. Binnen de FNV is discussie over hoe een pensioenakkoord eruit moet zien. Wat is er aan de hand?

Waarom wordt er op dit moment binnen de FNV gesproken over een pensioenakkoord?
We hebben te maken met een aantal belangrijke ontwikkelingen die aanpassingen van het pensioenstelsel noodzakelijk maken. Zo worden we in Nederland steeds ouder. Dat is goed nieuws, maar het betekent wel dat we langer AOW en aanvullend pensioen genieten. Langer dan aanvankelijk verwacht en waarvoor is gespaard.

Verder is in de loop der jaren het gespaarde pensioenvermogen enorm gegroeid. Tegelijkertijd nemen de schommelingen op de financiële markten en op het rendement van pensioenbeleggingen toe. In het verleden konden we het feit dat mensen langer leven en tegenvallende rendementen nog compenseren door premieverhogingen. Tegenwoordig heeft het premie-instrument steeds minder effect en dat wordt door de vergrijzing alleen nog maar minder. Daarom zijn de inkomsten van de pensioenfondsen grotendeels afhankelijk van de rendementen uit de beleggingen. De huidige financiële crisis heeft duidelijk gemaakt dat de inkomsten uit beleggingen flink tegen kunnen vallen.

Daarnaast pleit Abvakabo FNV voor afschaffing van de dagelijks schommelende rente waarop pensioenfondsen hun dekkingsgraad moeten baseren. De dekkingsgraad is een indicatie voor de vermogenspositie van een pensioenfonds: hierbij wordt de waarde van de beleggingen gedeeld door de waarde van de verplichtingen (de pensioenuitkeringen). Wettelijk moet de dekkingsgraad van een pensioenfonds minimaal 105% zijn. Hoewel de rente inmiddels weer iets is gestegen, en daarmee de dekkingsgraden, wil Abvakabo FNV dat de pensioenfondsen met meer stabiele rente kunnen rekenen. Daarvoor heeft de bond in december meer dan 30.000 handtekeningen overhandigd aan Minister Kamp.

Al deze ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat we zijn gaan nadenken over de toekomst van de pensioenen.

Hoe kunnen we het beste pensioenstelsel in de wereld in stand houden?
Het antwoord van de politiek hierop is duidelijk: AOW- en pensioenleeftijd moeten omhoog. In juni 2010 hebben alle vakbonden en werkgevers een akkoord gesloten. In dit akkoord, waar de leden van de bonden vóór hebben gestemd, staat dat de AOW-leeftijd vanaf 2020 omhoog gaat. Maar je kunt er wel voor kiezen om toch vanaf je 65e AOW te ontvangen. Verder moet de AOW voortaan gekoppeld worden aan de werkelijk verdiende lonen. Beide elementen zijn vooral van belang voor de werknemers met zwaar werk en de lagere inkomensgroepen.

De ergste crisis is inmiddels voorbij en de meeste pensioenfondsen zijn uit de problemen. Waarom is het dan nog nodig om het pensioenstelsel aan te passen?
Veel pensioenfondsen staan er beter voor dan een jaar geleden, omdat de aandelenkoersen zich enigszins hebben hersteld. Wat niet verandert, is dat mensen ouder worden en langer pensioen genieten. De pensioenverplichtingen stijgen daardoor. Ook moeten we rekening blijven houden met te verwachten schommelingen op de financiële markten zonder dat we hier via de premies veel aan kunnen doen. De opbrengsten uit de beleggingen zijn niet zo zeker als in het verleden werd gedacht. De politiek, maar zeer zeker ook Abvakabo FNV, wil daarom dat er meer zekerheid wordt ingebouwd in de pensioenen. Een financiële crisis kan het pensioenstelsel dan niet teveel aantasten.

Waarover gaat de discussie in de FNV?
Het AOW- en pensioenakkoord uit maart 2010 is een akkoord op hoofdlijnen. Het moet verder worden uitgewerkt en daar zijn de werkgevers en vakbonden nu mee bezig.

De FNV heeft, op aandringen van Abvakabo FNV, FNV Bondgenoten en FNV Bouw, onlangs een adempauze in de onderhandelingen ingelast. Het akkoord leek steeds meer risico’s bij werknemers en gepensioneerden neer te leggen. Dat was voor de bonden niet acceptabel. Gelukkig is de FNV er inmiddels van overtuigd dat wanneer beleggingsresultaten van de pensioenfondsen tegenvallen, de oplossing daarvoor een verantwoordelijkheid is van werkgevers en werknemers.

Daarmee zijn nog niet alle discussies van tafel. Alle FNV-bonden willen namelijk een goede balans tussen koopkrachtbehoud en zekerheid. Hoe die balans er precies uitziet, is een dilemma voor de FNV.

Abvakabo FNV en de meeste FNV-bonden willen graag dat de pensioenen snel weer geïndexeerd worden. Dat betekent dat we de pensioenen van werkenden en gepensioneerden aanpassen aan de gestegen lonen. Je kunt dan hetzelfde blijven kopen als het jaar ervoor ondanks het feit dat de prijzen zijn gestegen.

Om de pensioenen te kunnen indexeren en daardoor koopkrachtbehoud te realiseren, is het nodig te beleggen op de beurs. Het rendement op alleen spaargeld is onvoldoende. Beleggingen leveren een hoger rendement, maar bieden minder zekerheid. Als een pensioenfonds toch harde beloftes wil doen, kan er minder belegd worden. De wet zegt namelijk dat een pensioenfonds grote buffers met geld moet aanleggen voor het maken van beloftes. Al dat geld in die buffers kan niet worden belegd en levert dus ook geen inkomsten op.

Door minder harde toezeggingen te doen, blijft er meer vrijheid om te kunnen beleggen en meer rendement te ontvangen. Daardoor kan dan ook sneller worden geïndexeerd en blijft de koopkracht op peil, zonder dat de risico’s te groot worden.

Maar FNV Bondgenoten wil meer zekerheid. Dat is mogelijk, maar een grotere zekerheid kost ook geld. Het nakomen van garanties eist dat het beleggingsrisico zeer beperkt blijft en er minder geprofiteerd kan worden van rendementen op de financiële markten. Verder moeten de pensioenfondsen buffers aanleggen, want hoe meer zekerheid je garandeert, hoe groter je buffers moeten zijn. En buffers gaan (deels) ten koste van indexatie en dus koopkracht.

Dit is het dilemma waar de FNV op dit moment mee worstelt. Niet zo gek als je bedenkt dat het gaat om 830 miljard euro aan opgebouwde pensioenrechten en de oudedagsvoorziening van miljoenen mensen.

Abvakabo FNV gaat er in elk geval alles aan doen om tot een akkoord te komen omdat dit voor al onze leden, jong en oud, de beste garantie biedt op goed een pensioenstelsel. Een stelsel waar we net als nu, over vijftig jaar, ongelofelijk trots mogen zijn.

Bron: website ABVAKABO